![]() |
Beknopte
Historiek
van Davidsfonds Puurs De Stichting Op zondag 9 april 1911 werd in Bornem een Davidsfondsafdeling opgericht. De plechtige “inhuldigingsvergadering” werd op paasmaandag 17 april georganiseerd. Ze werd gevolgd door een Vlaamse betoging voor heel het kanton Puurs. Datzelfde jaar al groeide de idee om ook in Puurs een afdeling te stichten, hoewel er heel wat voorstanders waren van een Klein-Brabantse afdeling. Op
initiatief van onderpastoor Segers en na een gunstig advies van het “hoofdbestuur”
werd op zondag 14 januari 1912 Davidsfonds Puurs boven de doopvont
gehouden. Apotheker Vercauteren werd de eerste voorzitter, hoofdonderwijzer
Jos. Van den Houte de “schrijver-penningmeester”. Uit het archief en uit
persknipsels leren we dat de werking uitgesproken Vlaamsgezind, intensief
en erg succesvol was. De 11-juliviering van 1914 is de laatste activiteit
waar we weet van hebben. De vervlaamsing van de Gentse Universiteit was
er een belangrijk thema. Of er nog enige werking was tijdens de oorlogsjaren,
weten we niet.
De hiaat tussen 1912 en 1920 kan verklaard worden als een periode van ontreddering en daar zijn de oorlogsjaren niet vreemd aan geweest. Op 18 juli 1920 werd de “heroprichtingsvergadering” gehouden met 54 leden. Even later werd een bestuur gekozen met de heer Baeté, deurwaarder, als voorzitter en Jos. Van den Houte als secretaris-penningmeester. Een opmerkelijke figuur op de achtergrond was E.H. Van Linden, directeur van de Zusters Ursulinen, legeraalmoezenier tijdens de oorlog en oorlogsinvalide. Hij drukte duidelijk een sterk Vlaams-nationale stempel op de bloeiende werking. “Voordrachtavonden” en 11-julivieringen waaraan verenigingen uit de hele gemeente deelnamen, getuigen daarvan. Een
nieuw bestuur met Leopold Pepermans als voorzitter, Désiré
De Keersmaeker als ondervoorzitter en E.H. Heylen als secretaris-penningmeester
trad aan op 26 mei 1925. De klemtoon zou in de komende jaren meer op het
christelijk aspect worden gelegd, hoewel cultuur zeker niet werd verwaarloosd.
De aanwezigheid op de vergaderingen was spectaculair met “meer dan 500”
als recordcijfer. 1929 was een topjaar met niet minder dan 371 leden.
Crisis In
het begin van de jaren dertig werd het duidelijk dat de economische crisis
zich ernstig liet voelen. Bij het rondhalen van de bijdragen stelde men
vast dat ingevolge financiële moeilijkheden het ledenaantal in één
klap met veertig terugliep. De verslaggeving in 1931-32 is bovendien erg
summier en nauwelijks leesbaar. Vaak wordt niet het eens het onderwerp
van de voordachtavond vermeld. Veel meer dan een opsomming is het niet.
De gouden jaren waren voorbij. Sociale onrust stak de kop op en dat had
ook zijn weerslag op het cultuurleven.
Het bestuur, dat in 1935 het hoofd moest bieden aan de crisis, bestond o.m. uit Edgard Bosserez, voorzitter, Desiré De Keersmaecker, ondervoorzitter, E.H. Heylen en Karel Kerremans, verslaggevers. De oorlogsjaren Begin
september 1939 was de oorlogsdreiging vanuit Duitsland zo ernstig geworden
dat verschillende legerregimenten werden heropgericht en de afgezwaaide
soldaten tot en met de lichtingen 1933 opgeroepen in een algemene mobilisatie.
Daarom doen wij dringend beroep op den offergeest en de toewijding van onze afdeelingsbesturen: nu meer dan ooit moet kultuurwerk worden geleverd. Om het dreigende kultuurverval te keer te gaan. Om de kultuuraktie hoog te houden, en door die aktie ons volk zelf voor moreele inzinking te redden. Om onzen arbeid van de laatste 20 jaar niet te laten verloren gaan. Het Davidsfonds moet voortwerken!” Om de organisatie verder goed te laten verlopen werd gevraagd te laten weten of de verantwoordelijken van de afdelingen nog ter plaatse of integendeel gemobiliseerd waren. “Als er in de allereerste dagen geen antwoord binnenkomt, gaan wij uit van de veronderstelling dat inderdaad alles is gebleven zoals het was, en werken wij van hieruit voort op de bekende adressen”, schreef het hoofdbestuur. Dat er een klimaat van ontreddering aanwezig was, getuigt het feit dat men dit rondschrijven richtte aan de voorzitter, de secretaris en een bestuurslid “in de hoop ten minste één persoon te bereiken die het hoofdbestuur te woord kan staan. Wij vertrouwen erop dat de ergste ramp, oorlog, gespaard zal blijven.” Dankzij
deze oproep - en ondanks het uitbreken van de oorlog - werden nog steeds
culturele activiteiten georganiseerd, zij het zeer beperkt.
Na het beëindigen van de Tweede Wereldoorlog lag alles in puin, materieel en psychisch. Het zou nog jaren duren eer de culturele activiteiten weer het elan vonden van vroeger. Het aantal verwezenlijkingen kwam moeizaam op gang en onmiddellijk na de oorlog werd eerder de voorkeur aan ontspanning dan aan ernstige onderwerpen gegeven. Goochel- en zangavonden sierden de affiches, maar in gedachten was de oorlog nooit ver weg. Het archief dat DF-Puurs van deze periode ongetwijfeld ooit in bezit heeft gehad, is grotendeels verloren gegaan. In de jaren vijftig kwam er een heropleving van het verenigingsleven. Het was de tijd van de “bonte avonden”, “de Vlaamse kermissen”, “de crochetwedstrijden”, “de benefietavonden voor het financieren van nieuwe klokken - “klokkenkermis” - of andere goede doelen. De culturele activiteiten ademden dezelfde na-oorlogse sfeer. Er was solidariteit onder de mensen. Ze ontmoetten elkaar op straat. De reislust was nog beperkt, er was geen TV en de filmzalen zaten vol. De Vlaamsgezinden likten hun wonden; zij werden vaak over één kam geschoren met de collaborateurs. De gewone volksmens maakte het onderscheid niet. Op 11 juli werden nog wel koor- en strijdliederen gezongen, er werd nog wel met vendels gezwaaid, maar geleidelijk zou ook deze romantiek plaats moeten ruimen voor geëvolueerde opvattingen. Ten gevolge van de dynamitering van de oude IJzertoren trok de IJzerbedevaart opnieuw een massa overtuigde flaminganten. Davidsfonds Puurs legde samen met de gewestbond een autobus in om op die Vlaamse hoogdag iedereen de kans te geven op de bedevaartsweide aanwezig te zijn. In
1950 zag de Puurse DF-bestuursploeg er als volgt uit:
In 1953 kwam er een gevoelige uitbreiding. Raymond Van Assche verdween uit het bestuur, alle anderen bleven. Treden toe: Ernest Loncin, Fred Van Reeth, André Pauwels, Jan Peeters, Jos Scheers en Norbert Joos. Karel Daelemans werd hulpsecretaris. Op het einde van de jaren vijftig was het oorlogsleed voorbij. Het verenigingsleven kreeg echter overal met een malaise te kampen. Na een tijdelijke heropleving met een groeiend aantal leden ontsnapte de afdeling Puurs evenmin aan een inzinking. De opkomst was meestal erg matig. Behalve voordrachtavonden en filmvoorstellingen vallen er weinig activiteiten te noteren. In
1958 werd het bestuur nogmaals grondig gewijzigd:
Op 20 maart 1962 werd alweer een nieuw bestuur verkozen, waarin Lode Cuyckens voorzitter werd, Broeder Overste Aimé van de Broeders van Onze-Lieve-Vrouw van Oostakker ondervoorzitter en Marcel Waumans secretaris. Arthur Hofmans, Paul Van den Bergh, Hypoliet Peeters en Paul Van der Linden traden als nieuwe leden toe tot het bestuur. De vroegere voorzitter Edgard Bosserez bleef erevoorzitter. In 1964 werd Hypoliet Peeters ondervoorzitter. In 1964 trad Lode Muyldermans toe tot het bestuur (officieel 1 januari 1965), in 1966 Jos De Smedt en Willy Peeters (hoewel Willy pas in 1968 officieel in Leuven werd genoteerd toen hij terugkeerde naar Puurs na een verblijf van een paar jaar in Mechelen). De jaren zeventig
In het begin van de jaren zeventig werd het bestuur aangevuld met tal van jonge mensen met een eigen inbreng. Het aantal bestuursvergaderingen werd opgedreven, telkens werd een verslag opgemaakt met strikte afspraken. Er werd gestart met werkgroepen waarin de taken van de verschillende verantwoordelijken nauwkeurig werden omschreven. Het archief werd voortaan minutieus bijgehouden, zowel de verslagen, de financiële toestand, de rapportering naar het hoofdbestuur als de documentatie en de briefwisseling. De activiteiten gingen in stijgende lijn, niet alleen wat het aantal, maar ook wat de kwaliteit betreft. Nieuw was ook dat de pers werd ingeschakeld, zowel om de culturele activiteiten aan te kondigen, als achteraf om een verslag in de kranten of de weekbladen op te nemen. De voorbereiding en de organisatie van de DF-stand op Pukema werd ernstig genomen, met de bedoeling het publiek warm te maken voor het DF-lidmaatschap. De public relations speelden voortaan een zeer grote rol. Vanaf
1972 werd in het weekend voorafgaand aan Kerstmis jaarlijks een kerstconcert
georganiseerd, dat tot op heden een succesvolle en druk bijgewoond evenement
is gebleken.
In 1976 werd een eerste keer een buitenlandse reis georganiseerd naar Londen, in 1977 een driedaagse uitstap naar Parijs, later naar Straatsburg. Het bestuur kende een vrij groot verloop; het is onbegonnen werk om al deze wijzigingen in dit beknopt bestek te registreren. We vermelden Dirk Aerts, die bestuurslid werd in Sint-Amands/Mariekerke en er nog actief is en Ward Vanachter, die na vele jaren inzet ontslag nam. Blijvers tot op de dag van vandaag zijn Roeland Van Cauwenberg (vanaf 1972) en Jos Vanachter (vanaf 1975). In 1977 werd Lode Muyldermans ondervoorzitter en vanaf 1979 voorzitter. Marcel Waumans bleef secretaris en penningmeester. De jaren tachtig en negentig Het werkjaar 1981-1982 wordt gekenmerkt door talrijk bijgewoonde activiteiten, een fikse ledenwinst waar Jos Vanachter een grote verdienste aan had, de verruiming van het bestuur en de geboorte van het ledenblad Sprokkels. Bestuursleden en wijkverantwoordelijken van wie een beduidend aantal zich vele jaren heeft ingezet, maar er op dit ogenblik niet meer bij horen zijn, in volgorde van toetreden: Jeannine Van Assche, Hans Van Wezemael, Josée Daelemans, Bernadette Van Dijck, An Vareman, Koen Van den Heuvel, Simonne Seghers, Lieve De Raeymaecker, Raoul Lamens, Jan Van Bouwelen, Ann Illegems, Rosa Bouwens, Gaston Maes, Walter Leyers, Maria Peelman, Gert Fostier, Roos Vereertbrugghen. In
de jaarlijkse programmatie werd niet alleen gestreefd naar variatie maar
ook naar het aantrekken van bekende namen van voordrachtgevers. De samenwerking
met andere verenigingen werd nog geïntensiveerd, met de Bond voor
Grote en Jonge Gezinnen (BGJG), de Wielwaal, het Cultureel Centrum de Kollebloem,
Jeugd en Muziek, enz. Eind september 1982 ontving het bestuur een brief
van Norbert D’hulst, de secretaris-generaal van het Hoofdbestuur met felicitaties
voor de kwaliteit van het jaarprogramma en de aanzienlijke ledenwinst (het
300ste lid werd gehuldigd).
In het werkjaar 1986-1987 werd het 75-jarig bestaan van de DF-afdeling Puurs gevierd met een dankmis, een academische zitting, een feest- en zangavond en de uitgifte van twee siervoorwerpen: een ambachtelijk vervaardigde aarden bierpot en dito vaas met ingebakken veelkleurige medaillon. Eveneens in 1987 gaf Marcel Waumans na dertig jaar als secretaris-penningmeester de fakkel door aan Jos De Smedt. Vanaf
1988 werden jaarlijks een of meer stadswandelingen georganiseerd, vaak
gepaard gaand met een museumbezoek.
De 21ste eeuw
Op
het thuisfront wordt eveneens grondig vernieuwd. Het negentigjarig bestaan
van de afdeling viert men weliswaar niet zo luisterrijk als in 1986-87,
maar toch krijgt “Sprokkels” een nieuwe computergestuurde “look” met heel
wat eigen fotomateriaal. En intussen is het groeiend succes van het internet
ook niemand ontgaan: om vlug op de bal te kunnen spelen wordt in oktober
2002 een eigen website opgestart onder het URL-adres www.dfpuurs.be,
waarop alle nuttige en 'kakelvers' bijgewerkte informatie van de afdeling
terug te vinden is.
En wie verantwoordelijk is voor de frisse wind die in de 21ste eeuw door DF-Puurs waait, dat vindt u in de samenstelling van het huidige bestuur op deze website.
|