|
Jaarprogramma
2011-2012
Kerstconcert - verslag (met foto's) met Gemengd koor Illucia Puurs Zaterdag 17 december 2011 om 20 uur Sint-Pieterskerk Puurs Warm en menselijk concert met Illucia Het 40e kerstconcert van Davidsfonds Puurs mocht er zijn. Ruim 200 koorliefhebbers waren present in een aangenaam warme kerk. De nieuwe dirigent Cristel De Meulder had gezorgd voor een mooi opgebouwd programma, met heel wat verrassingen. Onder de titel ‘Ieder jaar komt Kerstmis weer’ konden de aanwezigen luisteren, bewonderen en meezingen. Erwin Van Bogaert bespeelde het grote orgel voor de solostukken, maar ook het kleine om bepaalde liederen te begeleiden. Er was hard gewerkt aan de voorbereiding en het werd een ongedwongen, ‘no nonsense’ concert. Door ziekte waren de tenoren een beetje uitgedund en dat was te horen bij het Puer natus dat als door een monnikenkoor gezongen werd. De volgende orgelsolo van J.S. Bach, Zion hört die Wächter singen, werd door het grote orgel ingezet en dan traden de tenoren bij om de koraal te zingen, helemaal bovenaan op het ‘hoogzaal’. En plotseling kwamen dan de bassen van op het hoog koor naar achteren getreden, want inderdaad, Transeamus usque Bethlem was een mooi lied van Josef Schnabel uit de 19e eeuw. Processiegewijs waren de bassen net op tijd op het podium om zich door de vrouwenstemmen te laten omringen. Dus aan de choreografie was ook stevig gewerkt. Veel afwisseling was te horen in het concert. Ieder jaar komt Kerstmis weer van Raf Belmans is een ingetogen melodie die door Cristel voorgezongen werd en afzonderlijk door de dames en de heren beaamd. Nog even terugkijken naar de advent met het Sancta Maria van W.A. Mozart, een opgetogen loflied dat met schwung gezongen werd. Daarna kwam een eerste orgelsolo, Il est un petit l’ange van Claude Balbastre uit de 18e eeuw. Als een Franse furie begon de volkse melodie, afgewisseld met speelse improvisaties op verschillende registers. En daarna volgde een eerste samenzang met het volk, het Adeste Fideles in het Latijn. Met enige ontroering werden die vreemde klanken gezongen. Dan kwam een van de hoogtepunten van het concert. Een trio van eenvoudige Engelse Christmas carols, die heel goed ‘the sound of Illucia’ illustreerden. Ze werden telkens a capella gezongen. Deck the Hall is een traditionele Carol, in een bewerking van David Willcockx, waar hard aan gewerkt was. Het is een lied van de vreugde om de kerstversiering en het was levendig gezongen met een mooie ‘falala’. Rise up, Shepherd, and Follow the Star is in feite een negro spiritual, die door John Rutter bewerkt werd tot een vreugdevol en ritmisch lied met een mooi einde. En In de Bleak Mid-Winter van Gustav Holst was een rustig en overwegend lied en de tekst was goed ingestudeerd. Een aantal Vlaamse kerstliederen volgden dan. Vigilie van Kerstmis is een vrolijk, swingend kerstlied, waarvan Cristel de solo zong en de verschillende stemmen het refrein aanbrachten. Hoe leit dit kindeke is een Vlaamse kerstlied in een bewerking van Alfons De Meulder. Het was een ingetogen wiegeliedje met orgel ondersteund. Er is een kindeke geboren is een typisch Vlaamse kerstlied, waarbij Cristel de strofen voorzong. De volkse melodie groeide uit tot een magistrale discant in de laatste strofe, van de hand van John Rutter, waarbij het koor alle registers mocht opentrekken. Een nieuwe orgelsolo volgde, Feste Provençale van Frederik Marpurg, een Duitse componist uit de 18e eeuw. Het stuk begon heel hevig en feestelijk en mondde dan uit in speelse variaties. Het meeste ontroerende moment kwam dan met Pueri Concinite van de Oostenrijkse componist uit de 19e eeuw, Johann Ritter von Herbeck. Het was een mooi gedragen lied met een prachtige solo van Cristel, en het koor begeleidt de soliste en op het einde stijgen ze samen tot ongekende hoogte en diepte, een prachtig slotakkoord, een echt kippenvelmoment. Een tweede moment van samenzang kwam dan met het typisch Vlaamse kerstlied, Nu zijt willekome. En nog had het koor adem. Even naar Duitsland met het traditionele volkslied Still, still, still in een bewerking van Philip Ledger uit Cambridge. De sopranen zetten in als bij een eenvoudig kinderliedge, dan nemen de mannenstemmen het over en de derde strofe eindigt mooie gemengd. Van J.S. Bach klonk dan Ich steh an deiner Krippen hier, een typisch Duits evangelisch en oecumenisch kerstlied, waarbij de ‘sound’ van het koor weer prachtig overkwam. Uit de Franse kerstliteratuur werd nog gekozen voor het romantische L’adieu des Bergers à la Sainte Famille, van Hector Berlioz, een aartsmoeilijke melodie om op toon te blijven, waar urenlang hard aan gewerkt was. En uit het kerstoratorium van Camille Saint-Saëns klonk dan het Tollite hostias, een plechtig feestlied, dat afwisselend krachtig en stil gezongen werd, met een magistraal Alleluia als triomfantelijk slot. Cristel De Meulder is niet alleen sopraansolist en dirigent, maar ook muziekpedagoog. Als slotnummer voor de samenzang wou zij graag aan het volk nog een mooi liedje aanleren. De Star Carol van John Rutter is een mooi Engels kerstlied, waarvan het refrein in een mum van tijd aangeleerd kan worden. En het lukte wonderwel. Het is een vreugdelied dat door het koor en het volk samen gezongen werd. Het gold ook als bisnummer. En als toemaatje werd dan nog samen Stille nacht gezongen, een waardige afsluiter van een hartverwarmende avond. Dat werd bij een glaasje glühwein volmondig beaamd. J.V.
|
![]() |
![]() |
|
|
|
||
|
|