|
Jaarprogramma
2011-2012
'Voettocht naar Jeruzalem' - verslag (met foto's) door Sebastiaan Defooz Donderdag 01 december 2011 om 20 u. CC de Kollebloem Middenzaal Kloosterhof 1 Puurs i.s.m. Bib Puurs Chris-tos,
Chris-tos, Chris-tos, Chris-tos,
Op
momenten dat hij er fysiek maar vooral mentaal onderdoor dreigde te gaan,
hield het reciteren van dit gebed, van deze mantra, Sebastiaan De Fooz
overeind tijdens zijn uitputtende pelgrimstocht naar de bron van
de drie grote godsdiensten (christenen, joden en moslims).
Zijn onwaarschijnlijke tocht bracht hem door 13 landen over een afstand van 6000 km. In Duitsland liep hij 18 dagen door de plenzende regen. Toch vond hij de moed om een omweg van 150 km te maken langs het concentratiekamp van Dachau. Als aandenken stopte hij er een kleine kei in zijn broekzak. Hij wilde de herinnering aan zoveel gebroken levens mee naar Jeruzalem dragen. Oostenrijk legde de Alpen op zijn pad. De Hongaren tartten hem met hun onverstaanbare taal. In Servië moest hij uitkijken voor landmijnen, resterend uit de balkanoorlog. Daar, in dat overigens erg mooie land dat veel minder bedreigend was dan ze hem hadden voorspeld, ontmoette hij Bojan, een van de uitvoerders van de massamoord in Srebrenica. ‘Stap en bid voor mij’, vroeg Bojan. Zo hoopte hij na zoveel jaren eindelijk in het reine te komen met zijn geweten. Zijn T-shirt dat hij als herinnering meegaf, zou Sebastiaan vele tientallen dagen later dragen bij zijn aankomst in Jeruzalem. In Roemenië sliep hij in de kliniek, vlak naast de operatiezaal waar de chirurg 168 € per maand verdiende. Romazigeuners, waarvoor men hem ook had gewaarschuwd, verwelkomden hem met open armen. In de wouden van Transsylvanië kruiste een enorme beer zijn pad. Maar ook daar was het een van de 184 gezichten die hem het meeste bijbleef: Serjui, een jongen levend in het midden van het woud, die zijn schamel maal, zijn inktzwarte koffie en zijn bed met hem deelde. De volgende dag nam ik afscheid van een vriend. De 1400 km op de hoogvlakte van Anatolië waren de grootste beproeving, zowel fysiek als mentaal. Per dag stapte hij er gemiddeld 40 km en dronk daarbij 12 liter water. Chris-tos, Chris-tos!!! Een aanval van wilde Anatolische herdershonden kon hij nog afslaan, maar dan ging hij door de knieën. Toen hij weer opstond, hoorde hij de roep van de minaret. Droom? Werkelijkheid? Hij sleepte zich naar het dorp. Daar werd hij met eten en drinken verwelkomd door de plaatselijke imam. De man had hem zien aankomen vanuit de minaret, van waarop hij elke dag over de vlakte tuurde in de hoop zijn zoon te zien terugkomen, die drie jaar eerder zelfmoord pleegde. Toen Sebastiaan afscheid nam van de oude man weende hij dikke tranen van…vreugde. De vader had eindelijk afscheid kunnen nemen van zijn zoon, die nooit meer weer zou keren. Na Turkije volgden nog Syrië, Libanon, Jordanië en Palestina. In al deze moslimlanden gingen deuren en harten voor hem open. Velen vroegen hem om in Jeruzalem voor hen te bidden. In Israël stond Sebastiaan met grote ogen te kijken naar de hoge, dikke muur die Israël en Palestina scheidde. Uiteindelijk bereikte hij, na 184 dagen, de klaagmuur in Jeruzalem. In een van de groeven in de muur deponeerde hij het steentje dat hij vanuit Dachau had meegenomen. Op zijn T-shirt prijkte de leuze: TALI TAKUMI (meisje, sta op en ga) als uitnodiging om ook onze tocht aan te vatten. De tocht van ons hoofd naar ons hart, misschien de moeilijkste tocht die er is. Sebastiaan De Fooz bracht een gevoelig, bijwijlen ontroerend en uitermate boeiend relaas van zijn pelgrimstocht, een tocht van 184 dagen langs 184 gezichten. Daarin leerde hij dat er veel meer is wat mensen verbindt, dan wat mensen scheidt. Want, in de grond van hun hart zijn alle mensen goed. RV
|
![]() |
![]() |
|
|